Plug-in hybrides: belastingtruc in plaats van milieuwinst
Uit cijfers van GM blijkt dat veel PHEV-rijders hun auto gewoon als traditionele benzinewagen gebruiken. De oorzaken variëren van praktische bezwaren, zoals het ontbreken van een laadpunt thuis, tot pure desinteresse om elke avond met een kabel in de weer te gaan. Het gevolg: het werkelijke brandstofverbruik en de uitstoot liggen mijlenver van de rooskleurige cijfers uit folders en belastingtabellen. Het is een harde les: technologie redt het milieu niet als de gebruiker geen moeite wil doen.
De ironie is dat plug-in hybrides juist complexer en duurder zijn om te bouwen dan zowel volledig elektrische als gewone benzineauto’s. Ze dragen het gewicht van twee complete aandrijflijnen: een verbrandingsmotor met brandstofsysteem én een elektromotor met zware accu. Wordt die accu genegeerd, dan rijdt de eigenaar rond in een logge, inefficiënte auto die vaak meer slurpt dan een lichte benzinevariant. Volgens GM kochten velen hun PHEV niet uit milieubewustzijn, maar vanwege subsidies of het recht om files te omzeilen via de carpoolstrook.
Dit rapport is een koude douche voor beleidsmakers en fabrikanten die hoopten dat hybrides de weg naar elektrisch zouden effenen. Als eigenaren niet willen opladen terwijl het kan, is de vraag gerechtvaardigd of deze tussenoplossing de investering waard is. GM lijkt de boodschap te begrijpen en verschuift de focus steeds meer naar volledig elektrische modellen, waar de gebruiker niet om het stopcontact heen kan. Halfslachtige oplossingen blijven half werk zolang de mens de zwakke schakel is.