Trump zet druk op kostenbasis Ford en productie van F-150
De regering van Donald Trump is niet van plan Amerikaanse autofabrikanten vrij te stellen van de aluminiumheffing van 50 procent, ook al kreeg de toeleveringsketen een zware klap nadat een belangrijke fabriek van Novelis uitviel. Voor Ford verandert een tijdelijke verstoring zo in een blijvende kostenlast, die vooral het F-150-programma raakt en laat zien dat het Witte Huis nu kiest voor een strakke industriepolitiek zonder uitzonderingen.
Volgens Reuters heeft een functionaris van de regering gezegd dat Ford en andere autofabrikanten hun zorgen over de aluminiumvoorziening hebben geuit, maar op dit punt niet bijzonder hard hebben aangedrongen op tariefverlichting. In de praktijk verandert dat weinig. De auto-industrie moet geïmporteerd aluminium blijven inkopen tegen de volle prijs, met daarbovenop de heffing van 50 procent.
Dat past in Trumps bredere tariefstrategie. Op 2 april kondigde het Witte Huis aan dat onder het Section 232-regime producten die vrijwel volledig uit aluminium, staal of koper bestaan, een heffing van 50 procent over de volledige waarde krijgen. Afgeleide goederen met een aanzienlijk metaalgehalte worden doorgaans belast tegen 25 procent. Volgens de regering dient dat beleid de nationale veiligheid, de binnenlandse maakindustrie en de langetermijnkracht van de Amerikaanse metaalsector.
Reuters meldt dat twee branden de fabriek van Novelis in Oswego buiten werking hebben gesteld. Die locatie leverde onder meer het aluminium dat Ford nodig heeft voor de F-150. Vervangend materiaal komt nu uit Zuid-Korea en Europa, precies het geïmporteerde metaal dat onder de nieuwe heffing van 50 procent valt. Daarmee raken protectionistische tarieven nu bedrijven die volgens dezelfde politieke logica juist sterker uit deze situatie zouden moeten komen.
Ford schat dat de verstoring in de toelevering en het duurdere geïmporteerde aluminium de productie van F-Series-pick-ups tegen het einde van 2025 met maximaal 100.000 voertuigen kunnen verlagen. De financiële impact kan oplopen tot 2 miljard dollar, omgerekend 1,71 miljard euro.
De problemen beperken zich niet tot Ford. Reuters schrijft dat Novelis ook levert aan Stellantis en General Motors. Daarmee reikt de kwestie veel verder in de kostenbasis van de Amerikaanse auto-industrie.
Washington beschermt de productie van metalen aan het begin van de keten, maar zet tegelijk druk op de industrieën verderop die van die metalen eindproducten met hogere toegevoegde waarde maken. Dat wijst erop dat de regering het versterken van de binnenlandse metaalproductie momenteel belangrijker vindt dan autofabrikanten op korte termijn lucht te geven via lagere kosten.
Voor de auto-industrie is het grootste risico dat een tijdelijk fabrieksincident door politieke starheid uitgroeit tot een structureel beleidsprobleem. Als Novelis maar langzaam herstelt en het tariefregime van kracht blijft, blijven Ford en andere fabrikanten met drie weinig aantrekkelijke opties zitten. Ze kunnen genoegen nemen met lagere marges, een deel van de extra kosten doorberekenen aan kopers of de productievolumes aanpassen.
Geen van die keuzes oogt gezond in een markt waarin de vraag al gevoelig is voor prijsverhogingen. Dat is ook de bredere boodschap die uit de berichtgeving van Reuters en de recente besluiten van het Witte Huis naar voren komt. Trump lijkt niet langer geïnteresseerd in uitzonderingen. Hij wil dat de hele auto-industrie zich aanpast aan duurder metaal, of dat Detroit nu uitkomt of niet.