Advertentie

Motorfietssector goed voor 481.600 banen in Europa

EICMA 2026 | Nuevo estudio de Oxford Economics: la moto aporta 35.100 M€ al PIB europeo 1/3
Fullscreen image 1/3

De motorfietssector droeg in 2024 € 35,1 miljard bij aan het bbp van de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk en ondersteunde bijna een half miljoen banen. Naast de productie, verkoop en reparatie leverden ook beschermende uitrusting en motorsportevenementen een aanzienlijk aandeel in die bijdrage. Handelscijfers over 2025 schetsen intussen een lastiger beeld voor Europese fabrikanten: de uitvoer daalde en de invoer steeg.

Advertentie

Economische impact reikt veel verder dan de fabriekspoort

De studie ‘The Economic Importance of Motorcycles to Europe’ van Oxford Economics, waarover ANESDOR bericht, brengt de economische betekenis van de motorfietssector in de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk in kaart. Naast de bijdrage aan het bbp en de werkgelegenheid leverde de sector in 2024 € 20,6 miljard aan belastinginkomsten op.

De productie, verkoop en reparatie van motorfietsen en onderdelen waren goed voor het grootste deel van de impact: € 26,7 miljard aan bbp-bijdrage en 356.700 banen. Helmen, motorkleding en andere beschermende uitrusting voegden daar € 5,7 miljard en bijna 89.000 banen aan toe. Races, beurzen en merkevenementen droegen nog eens € 2,7 miljard en 36.000 banen bij.

Van het totaal zijn 208.900 banen rechtstreeks aan de sector verbonden; de overige banen worden door de activiteiten van de sector elders in de economie ondersteund. De directe bijdrage van de sector aan het bbp bedroeg € 10,6 miljard. Volgens de berekeningen van de studie leidt elke euro die rechtstreeks in de sector wordt gegenereerd tot nog eens € 2,30 aan economische activiteit elders in de economie. Elke baan ondersteunt daarnaast nog eens 1,3 banen in andere bedrijfstakken.

Toeleveranciers zijn goed voor 46% van de economische impact van productie, verkoop en reparatie. Het gaat dus niet alleen om hoe motorfietsfabrieken ervoor staan: de vraag vanuit de sector werkt tot diep in de toeleveringsketen door.

  • Economische impact in de EU en het Verenigd Koninkrijk in 2024: € 35,1 miljard aan bbp-bijdrage, 481.600 ondersteunde banen en € 20,6 miljard aan belastinginkomsten.

  • Productie, verkoop en reparatie, inclusief onderdelen: € 26,7 miljard aan bbp-bijdrage en 356.700 banen.

  • Handel van de EU met landen buiten de Unie in motorfietsen en onderdelen in 2025: een uitvoer van ongeveer € 2 miljard, een invoer van € 3,9 miljard en een tekort van € 1,9 miljard.

  • Op de Europese wegen rijden 42 miljoen motorfietsen; 6,4 miljoen mensen gebruiken dagelijks een motorfiets voor hun woon-werkverkeer.

  • Benodigde parkeerruimte: 2,9 m² voor een motorfiets en 11,5 m² voor een auto.

Italië en Duitsland voeren de lijst aan, terwijl handelsdruk toeneemt

Italië en Duitsland zijn elk goed voor 23% van de totale economische bijdrage van de sector. Daarna volgen Frankrijk met 13%, het Verenigd Koninkrijk met 9%, Spanje met 7% en Oostenrijk met 5%.

In 2024 werd ongeveer de helft van de productie van motorfietsen en onderdelen in de Europese Unie uitgevoerd, tegenover 43% in 2019. De uitvoer had een waarde van € 2,5 miljard, terwijl de invoer € 3,5 miljard bedroeg. Dat resulteerde in een handelstekort van ongeveer € 1 miljard. De VS waren de grootste exportmarkt, met een uitvoerwaarde van € 761 miljoen.

Het handelsoverzicht over 2025 van ACEM, de Europese vereniging van motorfietsfabrikanten, laat een verslechtering zien: de uitvoer daalde met 22% tot ongeveer € 2 miljard, terwijl de invoer met 12% steeg tot € 3,9 miljard. Het tekort verdubbelde daardoor bijna tot € 1,9 miljard.

Advertentie

Deze cijfers maken onderscheid tussen twee belangrijke zaken: de grote economische betekenis van de motorfietssector in Europa staat niet gelijk aan een sterke exportpositie voor Europese fabrikanten. De groeiende kloof tussen in- en uitvoer maakt dat verschil duidelijk.

Minuten en vierkante meters tellen in de stad

Volgens de studie rijden er 42 miljoen motorfietsen op de Europese wegen, goed voor 11% van het motorvoertuigenpark. Dagelijks rijden 6,4 miljoen mensen op de motor naar hun werk. Hun reistijd is een derde korter dan met de auto, en de studie schat de jaarlijkse besparing op ongeveer € 580 per motorrijder.

Bij parkeren is het verschil nog opvallender: een motorfiets heeft 2,9 m² nodig, tegenover 11,5 m² voor een auto. Op één autoparkeerplaats passen dus ongeveer vier motorfietsen. Volgens de berekeningen van de studie vermijden mensen die nu per motor naar hun werk reizen jaarlijks ongeveer 2,4 miljoen ton CO₂-uitstoot ten opzichte van reizen met de auto.

De studie berekende ook een scenario waarin 5% van de mensen die met de auto naar hun werk reizen, zou overstappen op de motorfiets. In dat scenario zouden zij samen jaarlijks 28 miljoen dagen aan reistijd besparen, ter waarde van € 8,6 miljard, en daarnaast € 3,9 miljard aan gebruikskosten. De CO₂-uitstoot zou met 2,6 miljoen ton dalen en er zou 124 km² parkeerruimte vrijkomen.

Dit zijn uitkomsten van modelberekeningen, geen besparingen die al zijn gerealiseerd. Ook de in de bron genoemde afname van vertragingen door verkeersdrukte met maximaal 40% heeft betrekking op een scenario dat is beoordeeld met gegevens van één drukke Belgische autosnelweg, waarin 10% van de mensen die naar hun werk reizen, zou overstappen op de motorfiets. Er is geen grond om dit resultaat te beschouwen als een belofte die voor alle Europese wegen geldt.

Niet elke impact was in cijfers uit te drukken

Grote motorsportevenementen trokken in 2024 meer dan vijf miljoen toeschouwers. Motortoerisme zorgt ook voor bestedingen bij accommodaties en horecabedrijven, vooral op het platteland, maar de studie kon geen geldwaarde aan die impact toekennen.

Ook rijopleidingen voor motorrijders, verzekeringen en koeriersdiensten zijn buiten de berekeningen gehouden. De bbp-bijdrage van € 35,1 miljard omvat dus niet alle economische activiteiten die met motorfietsen samenhangen.

Tijdens de MOTONOMICS-conferentie op de EICMA-beurs in Milaan presenteerde ACEM ook de eerste contouren van de ‘Vision 2035+’-strategie van de sector. Concurrentievermogen staat daarin centraal en de volledige strategie wordt naar verwachting begin 2027 gepubliceerd. Vanuit Europees perspectief verbindt het totaalbeeld twee opgaven: de maakindustrie concurrerend houden en motorfietsen meenemen in de planning van stedelijk vervoer.