Europese auto-industrie krijgt te maken met nieuwe handelsbarrière; samenwerking met VK biedt uitweg
De auto-industrieën van de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk moeten nauwer samenwerken om door hun afhankelijkheid van batterijen en nieuwe handelsbarrières geen terrein te verliezen aan concurrenten. Een studie van LSE Consulting richt zich op de oorsprongsregels die in 2027 van kracht worden: geen van beide partijen kan er zeker van zijn dat er dan voldoende batterijen beschikbaar zijn die aan de regels voldoen.
Het Kanaal scheidt de toeleveringsketens niet
De analyse van LSE Consulting combineert gegevens van 62 autobedrijven over de periode 2014 tot en met 2024 met een enquête onder bedrijven en interviews met leidinggevenden uit de sector en beleidsmakers.
Handelscijfers laten zien waarom alleen bescherming van de eigen markt niet volstaat. Van de Britse voertuigexport gaat 60,4% naar de Europese Unie, terwijl 30,0% van de voertuigexport uit de EU naar het Verenigd Koninkrijk gaat. Het VK is bovendien de grootste exportmarkt voor batterij-elektrische voertuigen die in de EU worden geproduceerd.
Ook bij onderdelen zijn de banden sterk: het Verenigd Koninkrijk is de grootste exportmarkt van de EU voor auto-onderdelen, vóór de VS en China. Nieuwe handelsbarrières raken daardoor niet alleen autofabrieken, maar ook hun toeleveranciers. De voertuigproductie in de EU en het Verenigd Koninkrijk biedt samen rechtstreeks werk aan 1,37 miljoen mensen.
Handel: 60,4% van de Britse voertuigexport gaat naar de EU; 30,0% van de voertuigexport uit de EU gaat naar het Verenigd Koninkrijk.
Afhankelijkheid van batterijen: de EU importeert ongeveer twee derde van de lithium-ionbatterijen die zij gebruikt.
Investeringen: sinds 2017 is naar schatting €72 miljard geïnvesteerd in Europese productiefaciliteiten voor batterijen en elektrische voertuigen.
Belangrijke datum: de nieuwe oorsprongsregels uit de handelsovereenkomst worden naar verwachting op 1 januari 2027 volledig van kracht.
Basis van de studie: gegevens van 62 autoconcerns over 2014 tot en met 2024, een enquête onder bedrijven en interviews.
Batterijen vormen in 2027 de lakmoesproef
De nieuwe oorsprongsregels van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK worden naar verwachting op 1 januari 2027 volledig van kracht. De studie waarschuwt dat geen van beide partijen erop kan rekenen dat er dan voldoende batterijen beschikbaar zijn die aan die regels voldoen. Als er een tekort is aan batterijen die aan de oorsprongseisen voldoen, dreigen invoerheffingen op de handel in voertuigen en aanzienlijke extra kosten voor bedrijven.
De investeringen hebben deze afhankelijkheid nog niet weggenomen. Sinds 2017 is naar schatting €72 miljard geïnvesteerd in Europese productiefaciliteiten voor batterijen en elektrische voertuigen, maar de EU importeert nog altijd ongeveer twee derde van de lithium-ionbatterijen die zij gebruikt. Het Verenigd Koninkrijk heeft een kleinere binnenlandse productiebasis voor batterijen.
Daarmee zijn de oorsprongsregels meer dan een kwestie van douaneafhandeling. Voor een Europese fabrikant is niet alleen van belang of een batterij beschikbaar is, maar ook of die aan de eisen van de handelsovereenkomst voldoet. Het belang van de Britse markt voor de export van elektrische voertuigen uit de EU maakt batterijtekorten voor beide partijen tot een gedeeld probleem.
Een gezamenlijk plan voor batterijproductie en flexibelere regels
De studie beveelt aan de oorsprongsregels voor 2027 gezamenlijk aan te pakken en passende flexibiliteit bij de toepassing ervan te overwegen. Dat zou gepaard moeten gaan met een gezamenlijk actieplan om de batterijproductie en de capaciteit van de toeleveringsketen uit te breiden.
Een ander belangrijk voorstel betreft de eisen voor lokaal gehalte onder het label ‘Made in Europe’. De auteurs bevelen aan Britse onderdelen en voertuigen in die eisen op te nemen en Britse inhoud mee te tellen bij de berekening van de oorsprong volgens EU-regels. Het doel is bestaande toeleveringsketens te behouden en te voorkomen dat de productie naar andere landen verschuift.
De aanbevelingen omvatten ook stabiele investeringsvoorwaarden voor de lange termijn, betere laadinfrastructuur, concurrerende energieprijzen en maatregelen om de vraag naar elektrische voertuigen te ondersteunen. Voor kritieke grondstoffen ziet de studie een noodzaak tot gezamenlijke inspanningen op het gebied van verwerking, recycling, onderzoek en innovatie.
De concurrentiekracht van Europa hangt ook af van zijn buurland
Volgens de studie verschuift het zwaartepunt van de wereldwijde auto-industrie richting China, terwijl Europese en Britse fabrikanten onder druk staan door de overgang naar elektrische voertuigen, stijgende productiekosten en geopolitieke concurrentie. De auteurs bevelen ook aan regelgeving beter op elkaar af te stemmen waar verschillen extra kosten veroorzaken zonder duidelijk strategisch voordeel.
Voor Europa is de boodschap van het rapport praktisch: sterk verweven markten hebben gecoördineerd industriebeleid nodig. Alleen investeren in nieuwe fabrieken is niet genoeg als handelsregels en de ontwikkeling van toeleveringsketens niet gelijk oplopen.
Dit zijn aanbevelingen uit een studie, geen overeengekomen beleidswijzigingen. Het bronmateriaal bevestigt niet dat de oorsprongsregels verder worden versoepeld of dat het Verenigd Koninkrijk wordt opgenomen in maatregelen onder het label ‘Made in Europe’.